opgeven (ophouden)

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Na acht, negen of tien keer gaf ik op.

Niemand hoeft hier dus zijn identiteit of geloof op te geven.

Ze gaven op na de eerste echte versnelling in de wedstrijd.

We hebben de hoop al opgegeven het restaurant te vinden.

Na amper twee vragen gaf hij het op.

Fahmy's familie geeft de hoop niet op.

Wat haar ook overkomt, dit meisje geeft niet op.

Maar de ouders geven de strijd niet op.

Ook de laatste twee oppositiepartijen gaven hun verzet op.

Maar zijn baan als begeleider van bouwprojecten gaf hij nooit op.

Hij wenste het contact met de buitenwereld niet op te geven.

Ze kampen soms met gezondheidsproblemen, maar geven niet op.

Maar de generaals geven de controle niet makkelijk op.

De zaken gaan niet goed, maar we geven de strijd niet op.

Een knieblessure dwong hem het hindernislopen op te geven.

De Duitse regering heeft de moed nog niet opgegeven.

De activisten zeggen dat ze hun actie niet snel zullen opgeven.

Soms leek hij verbaasd dat zijn lichaam het nog niet had opgegeven.

Ze zijn bang hun gewoonten te moeten opgeven in het woonzorghuis.

Ik wou echter niet opgeven, en fietste voort met veel pijn.

Denk nou niet dat hij verbitterd is of de moed heeft opgegeven.

Zelfs de hevigste verdedigers hebben het opgegeven en slikken beschaamd hun protest in.

Ze zouden wel een deel van hun bonus willen opgeven, maar niet alles.

De akkerbouwers willen de bietenteelt niet opgeven.

Ik wil niet opgeven, want dat kunnen de mensen die deze ziekte hebben ook niet.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

arts

groep

kind

land

leider

lichaam

man

mens

moeder

ouder

(9 meer)

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

ambitie

baan

carrière

controle

droom

functie

geloof

hoop

idee

identiteit

(19 meer)

pronomen

alles

dat

die

het

veel

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

niet

nooit

snel

uiteindelijk

vrijwillig

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij opgeven?

gaan

kunnen

moeten

mogen

willen

zullen

bijzin ingeleid door

(om) te

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.